Van het ene project in het andere

De teller van ‘100 x pianist’ staat intussen op 80 speelmomenten, dat wil zeggen 20 te gaan tussen nu en 21 december. Behoorlijk veel is dat. Gelukkig staan er van die 20 al 11 geprogrammeerd en zitten er nog enkele in de planningsfase. De balans opmaken is nog niet voor meteen, al zou dat kunnen met 4/5 van mijn voornemen uitgevoerd. Eigenlijk heb ik op dit moment gewoon geen hoofd voor balansen, en wel omdat een andere realiteit om de hoek is komen kijken. Of zeg maar,  een ander project.

Als 3e bachelorstudent word ik verondersteld eind dit academiejaar een bachelorproef af te leggen, een soort concert-examen, en hoor ik ook een bachelorpaper te schrijven over een aspect van mijn pianostudie. En vraag me niet hoe dat gegaan is – het zou ons te ver leiden – maar dit hele ‘ding’ heeft zich in mijn geval getransformeerd tot wat ik een project ben gaan noemen. Het heeft een naam – ‘Alles begint met ja’ – en ik kan het zelfs beschrijven. Het wordt een muzikale monoloog, of als je houdt van dure woorden kan je het ook een ‘cross-over tussen muziek en woord’ noemen, of een ‘hybride voorstelling’. Het komt erop neer dat ik integreer. Voilà. Pianistje en schrijvertje – god verhoede dat ik mezelf te serieus ga nemen – willen blijkbaar alleen nog maar samen hun ding doen en zijn erin geslaagd dat in een ernstig conservatorium verkocht te krijgen. Mag het? Het mag. Het vergde wat gegoochel met vakken in mijn Individueel Studieprogramma, zoals dat heet, wat zoeken en gesprekken voeren, maar ‘Alles begint met ja’ staat op de rails. Ik mag zelfs een stapje buiten mijn afdeling Muziek zetten om in de afdeling Drama – onder hetzelfde dak maar een beetje een andere, afgescheiden wereld – te worden getraind in het mondeling brengen van teksten.

Ik prijs mezelf gelukkig. Dat ik zomaar opeens mag doen alsof ik een theatermonologenschrijver ben. Daarvoor carte blanche, ruimte en tijd krijg. Alvast van een eerbiedwaardige zaal en een publiek verzekerd ben, ook al droom je als uitvoerder van een ander publiek dan een rijtje kritisch kijkende juryleden op een top-stress-moment. Gelukkig ook dat ik enthousiasme op mijn weg vind en coaches. Met Jan De Vuyst heb ik een scriptiebegeleider die geen (professionele) muzikant is maar het huis LUCA School of Arts en het volkje dat er studeert als docent door en door kent  én bovendien een hele stapel theaterteksten en regie-ervaringen op z’n naam heeft staan. Opleidingshoofd Marc Erkens  – misschien heb je hem onlangs zien schitteren bij Bent Van Looy en Sofie Lemaire in Culture Club – coacht als trajectbegeleider aan de zijlijn. Verder heb ik nog een tekstcoach nodig, iemand die voor het licht zal zorgen, iemand die zich met technische zaken als projectie en voice-over bezighoudt, iemand die advies kan geven over kleding, …

14657410_722471797910528_5937424885907462018_nEn vooral … heb ik mezelf nodig. Verbeelding die op hol mag slaan, maar een hoofd dat net niet te erg omloopt. Durf die voorlopig, met nog een maand of 7 te gaan voor er performance wordt verwacht, niet te erg op de proef wordt gesteld. Een soort van blind vertrouwen, want wie zegt dat ik dat kan: op een podium staan en niet alleen piano spelen maar ook praten, acteren, en bovendien de hele tijd de switch maken tussen beide? Niemand zegt het, omdat niemand het weet. Ik weet het ook niet. Garanties op succes bestaan niet. Wat ik wel weet: ik wil het. Misschien is dat genoeg.

Sommige dingen komen alvast aanwaaien: een beeld van pianotoetsen en vogels bijvoorbeeld. Dat heel mooi samenvat waar ‘Alles begint met ja’ over zal gaan. Mij toegestuurd door iemand die geen idee had dat dit het is waar ik mee bezig ben (dankjewel Ciel!).  Laat ik maar gewoon vertrouwen, en piano studeren, en schrijven.

Advertenties

Kort / snel

Ik heb dat wel vaker: een vriend of vriendin mailen en alvast in het onderwerp schrijven ‘kort kort kort’ of ‘snel, tussendoor’. Uiteindelijk wordt het veel langer en helemaal niet zo snel als ik oorspronkelijk had gedacht en wis ik m’n onderwerp maar weer om niet helemaal idioot over te komen. Maar ik beloof aan mezelf dat dit écht wel kort en snel zal zijn. Gewoon, omdat er geen geen geen tijd is voor lang en traag met examens die alsmaar dichterbij komen.

Ik had het eigenlijk wel kunnen bedenken toen ik met ‘100 x pianist’ startte in december en me voornam om niet alleen piano te spelen maar ook nog te bloggen. Dat het me niet zou lukken om er de nodige tijd voor te vinden. De afgelopen weken / maanden heb ik zoveel minder voor publiek gespeeld en geschreven dan ik had gewild. Maar het leven is ook doodgewoon het leven natuurlijk, en het lijkt me altijd nog beter om niet helemaal in een opzet te slagen dan er niet eens aan te beginnen en het onder bezwaren ten grave te dragen. Dus laat ik rustigjes blij zijn om alle momenten dat ik wél heb gespeeld voor luisteraars en wél heb geschreven. Eigenlijk heb ik enorm veel geschreven sinds enkele maanden, vooral gedichten en ‘zomaar wat bij me opkwam op om het even welk moment van de dag’. Zoveel dat ik voor mezelf besluit dat ik niet alleen maar een pianist ben, maar ook een schrijver. Dat die twee samen horen en samen moeten opgroeien (ja, ook op mijn leeftijd kan er nog opgroeien zijn, voor opgroeien is het nooit te laat). Dat heb ik niet echt voorzien toen ik piano begon te studeren en het is een omstandigheid waar ik vanaf nu creatief mee moet omspringen (over creativiteit, zie verderop).

dufy.debussyNog wat lukraaks wat in me opkomt over al die momenten dat ik voor een publiek speelde: een variant op het Afrikaanse gezegde dat ‘it takes a whole village to raise a child’. Ik besef dat ik kan stellen dat ‘it takes a lot of pianists to raise a pianist’. Als conservatoriumstudent heb je één docent die heel je studie lang je mentor en coach blijft. Daar is heel wat voor te zeggen. Anderzijds merk ik dat elke keer wanneer ik voor een andere pianist of muzikant speel – een medestudent, een andere docent – ik weer een ander stukje visie meekrijg, of alleen maar een tip of iets wat me tot nadenken stemt, of ik het er nu mee eens ben of niet. En ook al die kleine stukjes feedback en informatie vormen mij. En zelfs: ‘ik takes a lot of audiences to raise a pianist’. Van elk publiek – hoe klein ook – leer ik weer wat: hoe het reageert, hoe ik zelf reageer, welke omstandigheden ons allemaal beïnvloeden.

En nog: wat is creativiteit? Ik lees erover, denk, schrijf. Is uitvoerend musicus zijn creatief? Is het creatiever wanneer ik een gedicht schrijf dan wanneer ik een prelude van Bach speel? Even een quote uit ‘Creativiteit’, een flinterdun boekje van Guillaume Van der Stighelen (de reclameman die intussen meer auteur en columnist is geworden): ‘Vaardigheden, zoals tekenen, kun je aanleren. Er zijn mensen die het vijfde pianoconcert van Rachmaninov foutloos spelen maar zelf geen noot kunnen improviseren.’ Lees: piano spelen is een vaardigheid waar in se geen creativiteit bij komt kijken, en creatief ben je pas als je kan improviseren. Omgekeerd zou ik kunnen zeggen: ‘Er zijn mensen die aardig kunnen improviseren op een piano maar niet in staat zijn om een menuetje van Haydn op een aansprekende manier ten gehore te brengen’.  Natuurlijk is het creatief om een muziekstuk van een ander uit te voeren, zeker als je erin slaagt om het zo te doen dat het een luisteraar raakt of zelfs tot tranen brengt. Creativiteit heb je daarvoor op 1000 manieren nodig: de creativiteit om zo te studeren dat de kwaliteit van je uitvoering alsmaar beter wordt, de creativiteit om inwendig te verbeelden hoe dat stuk volgens jou moet klinken en dat te vertalen naar concrete klank, de creativiteit om jezelf maximaal te investeren, zowel emotioneel als rationeel, en misschien ook wel spiritueel als dat een dimensie is waar je enig gevoel voor hebt.

Ach, kort werd dit niet echt. Snel? Precies 25 minuten deed ik erover om dit stukje te maken. Dus ja: toch wel snel.

 

 

Meesterlijke master class

Tot op de valreep bleef het een beetje twijfelen: deelnemen aan de master class gegeven door de Nederlandse alt en zangpedagoge Mariëtte Witteveen of niet? Het hing trouwens niet alleen van mij af. Als pianist kon ik enkel als begeleider van een medestudent die zang als hoofdvak studeert deze master class volgen. Nu heb ik het geluk, de eer en het privilege om voor het vak kamermuziek samen te werken met Kaylee, een lieve medestudente-zangeres. Het werd dus met z’n tweeën een potje twijfelen: hadden we hier wel de tijd voor? Zagen we het zitten om speciaal voor deze gelegenheid ons repertoire weer even op te frissen? Hoefden we er niet te veel andere lessen voor te missen?

En dan nog de persoonlijke knaag-twijfeltjes op de achtergrond. Als ik in de aankondigingstekst lees dat ‘we onze overdracht gaan professionaliseren’, ‘in beweging en dansexpressie op zoek gaan naar onze individuele, expressieve fantasie en ons potentieel’ en ‘we naar een open werkplaats van samen musiceren streven: een zoeken naar de ideale overdracht in een optimale communicatie, zonder risico’s te schuwen’, dan denk ik al gauw dat ik maar beter netjes in m’n studeerkamertje kan blijven. Gelukkig gaven mijn voornemen om speelgelegenheden met beide handen aan te grijpen en het enthousiasme van de coördinator kamermuziek de nodige zetjes. Last minute hakten Kaylee en ik de knoop door: we deden het!

medische-qigong-3Een dag of wat later startten we de master class op een yogamatje. Onder begeleiding van Mariëtte Witteveen deden we Qi Gong-oefeningen en daarna lieten we in groep onze fantasie los tot op de achterste rijen van de kamermuziekzaal van onze LUCA School of Arts, een plek die we vooral associëren met ernstig oefenen en examens afleggen.  Verfrissend en voor mij persoonlijk ook erg emotioneel.  Het is iets wat je wel weet, vagelijk en helaas vooral in je hoofd: dat je als muzikant met je hele lichaam werkt, niet alleen met je longen en stembanden of je handen, en dat in dat lichaam emoties en herinneringen liggen opgeslagen. Het is heel wat anders om dat ook echt in de praktijk te voelen: bij sommige oefeningen kreeg ik spontaan beelden en gevoelens die me aangrepen. Ik stelde vast dat leven, liefhebben, kinderen krijgen, muziek studeren heel wat emotionele bagage in mij hebben achtergelaten.

Toen ik later op de dag samen met Kaylee de liederen van Clara Schumann bracht die we hadden ingestudeerd was het alsof ik als een vollediger en meer ontspannen mens aan de piano zat, met meer verbinding tussen fysiek en mentaal. Voor Kaylee en mij was de coaching van Mariëtte Witteveen ondersteunend en bevestigend. We werden aangemoedigd om op ons natuurlijke aanvoelen van de muziek te vertrouwen en ook onze comfortzone te verlaten. Toch voelde dat laatste veilig en konden we ervan genieten medestudenten en docenten als publiek te hebben.

Samengevat leek de boodschap die Mariëtte Witteveen verbaal en non-verbaal aan elke deelnemer overbracht neer te komen op:

ik zie en erken de specifieke schoonheid van jou als mens

ik zie en erken je talent

ik vertrouw op jouw aanvoelen en heb respect voor je eigenheid in de muziek

ik wil je helpen je talent en eigenheid verder te ontwikkelen.

Als lerende ga je vanzelf groeien wanneer een docent zulke werkhouding heeft. In de praktijk zijn vele docenten vriendelijk en toegewijd, maar voel je je als student toch een haperend product waar nog veel aan moet worden gesleuteld voor het enige kwaliteitstest kan doorstaan. Dat wil niet zeggen dat Mariëtte Witteveen ons allemaal zonder meer de hemel in prees. Ze gaf ons ‘the 4 stages of learning’ mee:

  1. unconscious incompetence: je staat helemaal aan het begin van een leerproces en hebt zelfs geen voorstelling van wat je allemaal nog niet kan
  2. conscious incompetence: je bent middenin je leerproces en begint te beseffen wat je allemaal nog moet verwerven en wat beter kan
  3. conscious competence: je hebt een mooi niveau van competentie bereikt en kan daarvan genieten; hier schuilt het risico dat je arrogant wordt, denkt dat je niks meer bij te leren hebt en je als ongenaakbaar ten opzichte van anderen gaat opstellen
  4. unconscious competence: je bént je vaardigheid, zodanig dat je ze op momenten van inspiratie en bevlogenheid moeiteloos en in een soort flow kan toepassen

We stelden vast dat de meesten van ons zich op het niveau van ‘conscious uncompetence’ bevinden, een heel frustrerende fase. Toch voelden we ons opgetild door het enthousiasme en de positieve drive die in de 3 dagen van de master class aanwezig waren. Zelf beleefde ik school en studeren een keer op een heel andere manier: losser, fysieker, in joggingbroek aan de piano en met een soort permanente gelukzalige glimlach. Het moment dat ik op vraag van Mariëtte Witteveen solo een liedbegeleiding speelde terwijl Kaylee onder de vleugelpiano lag en de muziek op zich liet neerdalen zullen we geen  van beiden licht vergeten, geloof ik. Een meesterlijke en memorabele master class dus!

 

Bach voor deze tijd

Deze pianist heeft even minder tijd om te studeren en te performen voor anderen. Er staan voorlopig andere – zij het ook muzikale – dingen op de agenda. Een hele projectweek lang ben ik één klein altstemmetje in een 150-koppig (ruwe gok) studentenkoor dat net voor Pasen drie keer de Mattheüspassie van Johann Sebastian Bach zal opvoeren, twee keer in Leuven, één keer in Begijnendijk. Daar moet voor gerepeteerd worden, elke dag van deze week, en nog veel meer in de komende weken.

Als je wil kan je daar blasé over doen. ‘Mattheüspassie, oh arme toeschouwers die dit drie uur lang moeten uitzitten, zou ik m’n familie en vrienden wel durven te vragen?’. ‘Projectwerk, vallen studiepunten mee te verdienen, dus ja, dan moet het maar even.’

Als je wil, kan je je concentreren op jouw mini-aandeel – yes, die vervelende sol hersteld héb ik – , ervoor zorgen dat je boven op de noten nog wat correcte Duitse klanken mikt en klaar is kees.

Als je wil, kan je deze muziek, deze taal beschouwen als iets dat we af en toe even uit een vervlogen tijd opdiepen. Een gewoonte als paaseieren eten, maar dan hoogstaander. Kwestie van ons wat gecultiveerd te voelen en misschien een ander daartoe ook de kans te verlenen.

Als je wil, kan je het gevoel hebben dat dit iets is wat buiten je staat. ‘Al dat Jezus-gedoe, mooi en wel, maar wat moet ik ermee als ik niet christelijk gelovig ben?’.

Gelukkig hebben we een dirigent die dat af en toe allemaal doorprikt. Met weinig woorden nodigt hij uit om halt te houden bij wat we staan te zingen’. Koraal 17:

‘Ich will hier bei dir stehen; verachte mich doch nicht!

Von dir will ich nicht gehen, wenn dir dein Herze bricht.

Wenn dein Herz wird erblassen im letzten Todesstoss,

alsdenn will ich dich fassen in meinen Arm und Schoss.’

Het mooie aan Bach is dat het als je dat toelaat een zoveel ruimer verhaal is, een universeel verhaal dat in alle tijden, en niet alleen in van religie doordrenkte baroktijden, gaat over het mens zijn van elk van ons.

Vrij vertaald:

kathe kollwitz-364333‘Ik wil bij je zijn, duw me niet van je weg!

Ik wil je niet in de steek laten als je het hard te verduren krijgt.

En als je helemaal kopje onder gaat in het leven, in je allerzwartste uur

Wil ik er zijn en je vasthouden’.

In zulke wat aangepaste bewoordingen kan het net zo goed de tekst van een liefdesliedje van één of andere moderne singer-songwriter zijn. Liefde, vriendschap, verbondenheid, trouw, … zijn nu eenmaal geen gedateerde concepten waar we niks meer mee hebben. We hebben allemaal momenten  dat die Grote Verhalen in ons eigen kleinere verhaal worden opgevoerd. Daarom ook worden ze altijd weer gerecycled in aan de tijd aangepaste vormen. En dit, deze Mattheüspassie, is een bijna 300 jaar oude vorm. In zomaar even 8 stemmen met ook nog een orkest erbij, in duizelingwekkende harmonie. Niks om blasé over te doen dus.

Lieve mede-zangers en orkestleden, zullen we zingen en spelen:

voor al wie vasthoudt aan z’n overtuigingen en daar een prijs voor betaalt

voor al wie een keuze maakt en die later betreurt

voor al wie een vriend trouw blijft in zware tijden

voor al wie troost en zorgt en steunt

voor al wie een strijd verliest

… ?

Lieve potentiële luisteraar: mogen we je uitnodigen om dat alles in onze muziek te horen en ervaren?  Want daar gaat het om, als je Bach beleeft in deze tijd.

 

 

 

Een knarsende ontmoeting

Ik ben ervan uitgegaan dat elk spelen voor een publiek – hoe groot of klein ook – altijd ontmoeting is. Dat het één van de aspecten is die mij aantrekken in muziek maken. Het klopt ook, van dat ontmoeten. Wat niet wil zeggen dat het altijd zo’n vredevol gebeuren is. Net als in het leven in het algemeen zijn sommige ontmoetingen in de muziek vloeiend en vervullend. Andere kraken en piepen, knarsen en botsen. De eerste zijn leuker, maar van de laatste leren we meer en groeien we harder als we bereid zijn om de boodschappen die erin schuilgaan te ontcijferen.

Ik had er eentje van de laatste soort een week geleden. Ik zou voor Marc Erkens spelen, dat hadden we zo afgesproken in december.  Als je van titels en functies houdt, zal ik hem ‘meneer Erkens’ noemen en dan is deze man Opleidingshoofd Muziek van LUCA School of Arts, in mensentaal: directeur van het oord waar ik studeer. Als je daar niet van houdt, is hij een pianist. En als je alle rollen en identiteiten loslaat, is hij een mens. Wat voor mens, vraag je? Dat weet ik niet. Als je wil, maak ik een lijstje met woorden die bij me opkomen: intelligentie, vuur, humor, zwart, ogen, intensiteit. Zo, daar moet je het mee doen.

kawaiIk speelde, op een Kawai vleugelpiano om precies te zijn, in een lelijke klas met een afbladderende prent van de Acropolis in Athene aan de muur. Heeft dat belang? Nee, en ja. Lelijkheid en schoonheid hebben altijd belang, al valt niet exact te zeggen wat voor belang.

Tot daar toe knarste het nog niet te erg, als je het feit dat de piano ontstemd was in het lage register niet meerekent. Daarna wel. Soms is het gewoon zo. Ben je in een ontmoeting niet wie je eerder dacht te zijn, of wie je zou willen zijn. Misschien ben je niet wie de ander dacht dat je was, of net wel. Er is vooral geen eenvoud dan, en de harmonie is ver weg, om het maar in muzikale termen uit te drukken.

We zijn een week verder intussen. Wat er overblijft? Een tweede lijstje voor je:

potentieel

parameters

muzikaliteit

niet goed

intelligentie

mooi

vingers

verlegen

improviseren

oprecht

De scherpe hoeken zijn wat afgerond. Het knarst niet meer. Ik heb geleerd. Geïntegreerd.

 

 

 

 

 

 

Bevallen van kamermuziekexamen-drieling

De afgelopen week of twee kwam op de achtergrond een zachtjes knagend gevoel van ‘komaan, aanvullen die lijst met speelmomenten’ opzetten. In realiteit had ik best wel wat speelmomenten, al waren ze nu niet meteen van het erg openbare type. Kamermuzieklessen bijvoorbeeld, gevolgd door kamermuziekexamens: twee gisteren, eentje vandaag.

Piano-on-StageKamermuziekexamens, dat is een dag of drie achter elkaar van ’s ochtends tot late middag door de hele school – maar vooral in de buurt van de kamermuziekzaal en de concertzaal – jonge meisjes/vrouwen in zwarte jurkjes in 1000 varianten, haren die extra aandacht hebben gekregen, hakken die hoger zijn dan gebruikelijk, jongens/jonge mannen met perfect gestreken overhemden en broeken, voor een keertje netjes geschoren (de meesten) en haren in de plooi.  Een instrumentexamen afleggen is een beetje performen, een mini-concert geven, en daar hoort dus ook de juiste outfit bij. Waarom die voor klassieke muzikanten bijna steevast zwart is? Omdat heel wat muziekinstrumenten ook zwart zijn? Nu ja, mijn excuses aan de strijkers, koperblazers, slagwerkers, dit raakt duidelijk kant noch wal. Omdat het hoogglanszwart van vleugelpiano’s het allerheerlijkste, diepe, machtige zwart van de wereld is, een soort oceaan van zwart waar je liefst in wil duiken om er nooit meer uit te komen? Dit is gewoon een pianisten-vooroordeel, geef ik grif toe. Omdat zwart een neutrale kleur is en je als muzikant dan de aandacht van het publiek niet afleidt van de muziek? Omdat het in een orkest of ensemble gek zou staan als iedereen z’n eigen bonte plunje draagt en zwart dan een geschikte verbindende factor is, geschikter bijvoorbeeld dan wanneer iedereen knalrood of kanariegeel zou dragen? Ach, ik weet het niet. Maar het heeft iets, al dat elegante zwart, al die jonge mensen en de sfeer die tegelijk intens, lichtjes plechtig en zoemend van zenuwen is. Helemaal geschikt om een filmploeg op los te laten en een aflevering ‘Het leven zoals het is – conservatorium’ te draaien, bedacht ik vanmorgen, toen ik onderdeel was van die milde gekte.

Tegelijk is het ook bloedserieuze gekte. Je moet er staan (ok, zitten in mijn geval), je beste niveau halen, voldoen, zenuwen onder controle hebben. Want je publiek bestaat niet uit welwillende melomanen die een avondje uit zijn en sowieso applaudisseren, wel uit een jury van – over het algemeen – minzaam glimlachende, maar genadeloos kritische professionals. Dus ja, als speelervaring kan het voor mij tellen. Elke als het ware apart gevoelde seconde vanaf het moment dat ik de zaal in moet, de jury begroet (de blik en glimlach van docenten die ik persoonlijk ken als ankerpunten gebruikend om mezelf moed en vertrouwen te geven), de stappen die onontkoombaar naar de piano leiden, het bankje (te hoog, te laag, net goed, halve centimeter aanpassen), de laatste blik op de partner(s) met wie ik speel. Moeten starten, niet kunnen zeggen ‘sorry jongens, ik heb me bedacht, vandaag toch maar even niet’.

Als ik het ergens mee kan vergelijken zou ik zeggen: even onontkoombaar als bevallen. En net zo’n ‘elke-seconde-afzonderlijk-gevoeld’-ervaring. De bevrijding en ontlading achteraf zijn ook – een beetje – vergelijkbaar. En het haarfijne evenwicht dat goed moet zitten: haalt de angst het, dan ligt hel om de hoek, overheerst vertrouwen dan kan het wonderlijk aanvoelen. Maar piano spelen op een podium voor een jury doet dan weer geen pijn, dus daar stopt de vergelijking. En verder: na afloop is elke klank verklonken, neem je geen lijfelijk resultaat mee naar huis waar je de rest van je leven een innige verbinding mee hebt. In tegenstelling tot bevallingen levert muziek maken efemere pracht op. Daar hou ik het voorlopig op. En dan maar hopen dat de jury genoeg sprankeltjes pracht heeft gehoord gisteren en vandaag.

 

 

Mine, yours, ours

kruispunten

‘Kruispunten’ (Crossroads) – Patty Helewaert

I cherished the music I played, but it was mostly my music.

Confined to rooms where I was alone.

Making me sink into depths of self, which, by the way, I liked.

A closed circuit of sound with me at the centre, floating in happiness.

Often, but not always.

In times of sorrow I learnt that playing Bach is my best alternative for praying.

Playing for others was linked with fear.

The fear of someone else’s verdict, which I would internalise.

If there was no verdict, I would pass my own.

Then, on an impulse, I changed the settings.

I am playing for others now, no matter what.

The music is no longer only mine, but also yours and ours.

Experience is more important than fear, even though fear is never absent.

Things are different now.

A friend says: my mother would like to hear you play.

I say: fine, how can we arrange that?

Another friend says: my partner enjoyed your living room concert.

I say: great, I’ll organise another one.

A nephew says: can you play Chopin for me, I got to like Chopin by watching the movie ‘The pianist’.

I say ‘yes’ and play Chopin’s opus 25 nr 1 Etude.

It’s not Carnegie Hall.

It’s not my face on a CD box.

Not me having a million likes on Youtube.

It’s just life, just music.

Mine, yours, ours.

 

 

 

 

 

Dochter aan de piano

Toen ik rond de 30 was studeerde ik in volwassenenonderwijs. Veel vrouwen op een kluitje, daar kwam het op neer (het was een sociale studie en dat trekt nu eenmaal altijd meer vrouwen aan). Vrouwen van allerlei leeftijden, dus ook stukken ouder dan ik toen was. Er werd heel wat afgepraat: over kinderen, ouders en alle vormen van geluk en ellende des levens. Het viel me toen op hoeveel vrouwen ik er ontmoette die pakweg op hun 43e of 52e worstelden met een getroubleerde relatie met een ouder, in de meeste gevallen hun moeder. Moeder die hen nog steeds kon kwetsen, nog altijd in staat was de pijnlijke splinter in hun gevoel van eigenwaarde te zijn. Zelf had ik toen jonge kinderen en ook niet altijd het meest zonnige contact met mijn ouders. Maar één ding beloofde ik aan mezelf: dat ik het tegen mijn 40e echt wel op een rij wou hebben.

girl

Meisje aan de piano – Jacob Maris

Daar dacht ik aan terug toen ik deze week met kerst voor mijn ouders piano speelde. Ze hebben het – misschien wel altijd al – met me te stellen gehad. Een dochter die zelden doordeweekse keuzes maakt – sorry ma en pa, kan het niet helpen – en steevast prioriteit geeft aan zelfontwikkeling boven een carrière waar enige lijn inzit. Een dochter die het sinds een jaar of twee in haar kronkelige kop heeft gehaald om muziek te studeren terwijl ze daar lang geleden de kans toe had maar het niet heeft gedaan. Dat is een uitdaging voor ze, zeker wanneer je zoals ik een vader hebt die een professionele carrière als klassiek muzikant achter zich heeft liggen. De ‘waarom?’- vraag klinkt af en toe als een mantra en de antwoorden zijn nooit bevredigend.

Maar goed, ondanks alles, … speel ik doodgewoon piano voor ze. Bach en Brahms, Chopin en Schumann, … Dat gaat probleemloos, de muziek reikt over een lang gemeenschappelijk verleden heen. Wist niks uit, maar verheldert wel, en dat is dan één van die magische vermogens waarover ze beschikt.  Alles wordt eenvoudiger in mijn hoofd.

Dit bijvoorbeeld: we hebben niet voor elkaar gekozen, mijn ouders en ik. En dat hoeft ook niet. We hebben elkaar getroffen in de loterij van toeval en genen. Dat heeft ons kopbrekens bezorgd en mij herhaaldelijk tot strijd aangezet, maar op de duur weet je het wel: dat je van toeval en genen beter niet je tegenstanders kan maken, want zij houden het in elk geval altijd langer uit dan jij.

Waar ik al eerder achter was: het is wel zo wijs om de goedkeuring van ouders niet nodig te hebben. Niks zo pijnlijk om tot aan hun dood naar bevestiging te hengelen voor de dingen die voor jou belangrijk zijn of waar jij trots op bent. Het gekke is: als je erin slaagt om in je eigen behoefte aan erkenning te voorzien krijg je ze vanzelf ook wel van hen.

En dan is er lijm. Lijm die gezinnen bij elkaar houdt, ook als kinderen al lang volwassen zijn en het dus strikt genomen niet echt meer gezinnen zijn. Bij ons is onder andere muziek de lijm, dat besef was ik kwijt, maar vond ik opnieuw. ‘Zoek de lijm’ is dus de boodschap.

En verder: ‘wees bereid om hun lessen te leren’.  Als je punten van strijd hebt met ouders, of als je een radicaal verschillende stijl hebt – van leven, opvoeden, wat dan ook, … – is dat moeilijk. Maar daar zat ik aan mijn pianootje in de huiskamer van mijn ouders, met een vader die het niet laten kan om opmerkingen te maken in plaats van lekker achterover te gaan zitten en doodgewoon te luisteren, en begreep ik wat doorheen het commentaar de les was: voor muziek moet je altijd – altijd! – je verdomde duivelse best doen, nooit op halve kracht gaan, altijd alles geven wat in je is, want dat ben je haar verplicht, dat is ze waard.  Op zich geen spectaculaire les misschien, maar in een ouder-kind-verpakking krachtiger dan met wat voor ander papiertje of strikje er omheen.

Vrede dus. De vrede van kerst met gebraad en kroketten, de vrede van Bach en Mozart op een elektrische piano die aan het eind van de dag weer in de kofferbak van de auto wordt geladen. Mijn ouders zijn niet mijn beste vrienden. En ik ben niet Martha Argerich of Maria Joao Pires. Maar alles is goed genoeg zoals het is.

 

Shouting on a mountain top!

Dit bericht in het Nederlands lezen.

People generally sympathise when you are well over 40 like me, suddenly make a U-turn and follow your dream. You get your share of fascination and admiration without ever having asked for them. Maybe what you are doing appeals to some people’s unconscious desire to realise their own hidden potential. I usually receive any expression of recognition and wonderment with equanimity.

Sometimes though, I feel this sudden urge to rant. Against nothing or no one in particular. If I had a lonely mountain top nearby, I guess I would climb it in order to shout at the top of my lungs. This is what it could sound like:

runrabid7‘Do you think this is easy? Do you think this is sweet and cute and sympathetic and ‘oh so special!’? Do you think this is spiritual or self-realising or magical? Well, it’s not! It’s wrong! Pathetic! Crazy! Somebody my age should not be doing this. I am paying a price, believe me. I have to face my past, present  and future, my prehistory and my awkward family stories. I have to consent in returning to a stage in my development which I thought I had left far behind. I have to voluntarily become a rookie again, though I considered myself an experienced person. I have to absorb, take in, digest, learn, study, practise, rehearse, repeat, ruminate and reproduce, … not just a week in order to be on top of things again, but months, years. While it would be more fitting at my age to be the one pouring content in someone else’s head, sharing my expertise and talents. Halfway through life, that’s the moment when people who have been gaining competence or have been working in a specific field for many years have acquired a form of mastership. I see them around me: my contemporaries who 25 or 30 years ago set out on the path I have just started to follow and who have arrived at the age of mastership. Maybe they are unaware of their situation or maybe it feels like tedious routine to them, I don’t know about that. I, on the contrary, feel like I do not possess any mastership. Not in any imaginable field. I have been accumulating experiences, a lot of experiences: in living, working, loving, often walking off the beaten track. But don’t you dare think, looking from your distance: ‘oh how romantic is that, how utterly beautiful!’. Please don’t! Rather imagine the mud, the dirt, the fierce winds, the icy cold, the hardships. And if you get it into your head to go chasing your own dreams, don’t picture them too rosy, don’t make up fairy tales.’

Am I complaining?

No.

Should I have been thinking twice?

No.

Is it all doom and gloom?

No.

Do I have regrets about the past?

No.

Do I mourn the fact of not having achieved mastership at my age?

Yes.

Is what I am doing not really worth the while?

Yes, it is.

Is there anything I would rather do?

No.

Oh no.

On other days I could be doing other things on that mountain top: worship the view, listen to the silence, breathe, follow the flight of a bird of prey, thank heaven, … Just so you know.